Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

En zij zeiden tegen elkaar: Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?

(Lukas 24 vers 32)

De Emmaüsgangers lijken op ons moderne mensen. Omgekeerd lijken wij op hen. De Paasboodschap was voor hen een ‘onverteerbare brok’ en dat is het voor de moderne mens ook vaak. Met je verstand is dat immers niet te rijmen. De eenzame wandelaars, op weg naar het dorpje Emmaüs, op zo’n twaalf kilometer van Jeruzalem , hadden gehoord van de vrouwen, dat ze Jezus’ graf leeg hadden aangetroffen. Maar wat zegt dat nu? Vrouwenpraat! En wat hadden zij daar nu aan? Een leeg graf zegt zo weinig. Daarmee hadden zij hun geliefde Vriend Jezus niet terug! Zij dachten in stilte aan Hem, Die zij zo misten en van wie zij zoveel verwacht hadden. En er maakte zich een pijnlijk gevoel van leegte en grote teleurstelling van hen meester. Zo’n gevoel als je wel eens hebt, wanneer alles wat je denkt te bezitten, je plotseling ontnomen wordt. Dat kan zijn als je bijvoorbeeld ineens ernstig ziek wordt, je baan verliest of in de rouw gedompeld wordt. De bodem wordt als het ware onder je voeten word weggeslagen en al je illusies worden je ontnomen.

Kunt u de Emmaüsgangers begrijpen? Ja toch?  Zij waren mensen zoals u en ik. Ook voor ons is het zo moeilijk een verlies te dragen en tenslotte te aanvaarden. Wij hebben er ook moeite mee om de waarheid van de Bijbel te kennen, gelovig te aanvaarden en om zelf geloofwaardig te zijn. Er is zoveel twijfel en onzekerheid in ons. En al die wonderlijke geschiedenissen uit de Bijbel staan soms zo ver van ons af. Raken zij ons persoonlijke leven nog wel, in deze schijnbaar zo ver van God verwijderde wereld? Wat heeft een wonder in deze materialistische tijd nog voor betekenis? En dan te horen van een wonder, zoals de Emmaüsgangers, en het niet zelf te beleven, maakt een mens alleen maar nog eenzamer en nog mismoediger.

Geen wonder, dat de twee mannen op weg naar Emmaüs somber zijn en somber kijken. Het wonder dat aan je voorbij gaat… een leeg graf en een leeg hart… je zou er troosteloos van worden. Is dat ook niet voor veel mensen vandaag de enige ervaring van Pasen? Dan maar liever er op uit, voor een korte vakantie, en met de caravan ingepakt op weg naar het zonnige zuiden.

De twee mannen gaan naar huis, naar Emmaüs. Wat moesten zij verder nog in de stad doen? Zij behoorden tot de bredere discipelenkring van Jezus en hadden met angst en beven de vreselijke gebeurtenis van Jezus’ dood meegemaakt. Zij praten er nog over na. Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren? Jezus, had zoveel goeds had gedaan. Hij had zieken genezen, doden opgewekt en woorden van God gesproken. Als iemand de beloofde Messias zou zijn, dan zou Hij dat toch wel zijn! Uit hun gesprek blijkt dat zij nog in Hem geloven, en elkaar probeerden te troosten. Zij hadden nog zo gehoopt, dat Hij Israël zou bevrijden van de vijanden. En in plaats daarvan hadden de leiders van hun eigen volk Hem laten kruisigen. Deze woorden laten zien, hoe de beide mannen nog helemaal verstrikt zaten in de gangbare joodse Messiasopvattingen van die dagen: de nationale Messias zou het volk bevrijden. Van het inzicht, dat juist Zijn dood de verlossing van Israël zou brengen, zijn ze nog ver verwijderd. Drie dagen zijn ze nog in Jeruzalem gebleven. Even was er nog hoop, toen zij hoorden van de vrouwen die het lege graf hadden aangetroffen. Maar de mannen die er daarna heen gegaan waren, hadden Jezus niet aangetroffen. Dus… loos alarm.

Al pratend kregen Kleopas en zijn vriend gezelschap en zij raken in ernstig gesprek. Dat Lukas de naam van de ene nog weet, Kleopas, zou kunnen betekenen, dat hij zijn verhaal van hem gehoord heeft, dus uit de eerste hand. Het betekent ook, dat deze geschiedenis niet gefantaseerd is, zoals weleens beweerd wordt. Nee, het is echt gebeurd. De levende manier waarop Lukas het ons vertelt, laat dat duidelijk zien. Hier krijgen we een duidelijk historische glimp te zien, hoe het met de discipelen in wijde kring na die verschrikkelijke kruisiging gegaan is: zij leefden tussen hoop en vrees…

Het werd een interessant gesprek, daar op de weg naar het dorpje Emmaüs.

Die onbekende derde bleek de beide mannen heel wat te zeggen en uit te leggen te hebben. Hij verweet hun niet, dat zij de vrouwen niet hadden geloofd… Nee, het wordt een echt gesprek van hoor en wederhoor, van vraag en antwoord. Geen woordenwisseling, maar een gesprek, waarin mensen nader tot elkaar komen. Een gesprek dat uitnodigt tot bezinning, op Mozes en de profeten. Daar hadden de discipelen nog nooit zo erg bij stil gestaan.. Zij waren mensen die leefden van de ene dag in de andere, zonder zich veel gedachten te hebben, laat staan ernstige gedachten. Zij hadden graag geloofd, dat Jezus de Messias was, toen Hij zulke wonderlijke genezingen deed en op een geweldige manier sprak over God en Zijn Koninkrijk.

Maar verder hadden zij over Hem  weinig nagedacht. Dat deden ze ook niet toen Jezus de discipelen erop had gewezen dat Hij lijden moest, en niet één keer, maar verschillende keren. Traag en onverstandig als mensen zijn, hadden zij alleen maar aangenomen, wat hun te pas kwam. Zij hadden er nooit aan gedacht dat de weg tot het licht gaat door volkomen duisternis. De diepste beproeving is de sterkste aanwijzing is, dat God vlakbij en met u bezig is. Daar hadden zij nooit aan gedacht. U wel? ‘Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?’(Luk.24:26). Waar hebben de profeten dan anders over gesproken? Neem Gen. 3 vers 15: ‘En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.’ Psalm 22 spreekt in alle toonaarden en tot in de kleinste details toe van Mij, in Mijn lijden en sterven. Neem Jesaja 53, waar zo intens gesproken wordt over de lijdende Knecht des Heeren, dat is toch de Messias?’ En zo ging Jezus verder, de ene tekst na de andere, het hele Oude Testament door. Laat toch niemand zeggen, dat het Oude Testament niet op Christus betrokken is! Uit het Oude Testament wordt ons de weg gewezen om te begrijpen waarom de Messias lijden moest om zo alleen onze Verlosser te worden en onze zonden te verzoenen.

Het wordt stil op de weg naar Emmaüs. De klachten van de twee wandelaars verstommen en de leegte in hun hart verandert in een brandende gloed. Die Vreemdeling wijdde hen in, in geheimen, die zij met hun verstand misschien nog wel wisten, maar met het hart compleet kwijt waren geraakt…

Aan de maaltijd gaan hun ogen helemaal open, als zij Hem het brood zien uitdelen en de zegen horen vragen. En dan beleven zij het grote wonder, dat het toch waar is: HIJ LEEFT!

Hoe is het mogelijk? God weet het. En nu zij ook, en wij, en al die andere mensen voor wie Lukas geschreven heeft.

Of er iets was in de manier waarop Jezus het brood brak – zij hadden dat al vaker met Hem meegemaakt – of in de intonatie van Zijn stem? Maar die hadden zij toch al uren lang gehoord op hun wandeltocht? Waarom dan toen niet Hem herkend? Of Jezus er anders uitgezien heeft als voorheen en hoe dan, zodat zij Hem niet konden herkennen, wij weten het niet. Allemaal vragen, die ook eigenlijk niet zo van belang zijn. Wat wij echt voor ons Paasgeloof weten moeten, dat horen wij hier. En dat zijn op z’n minst drie dingen.

Ten eerste. Dat Hij onderweg bij ons komt. Of we nu op weg zijn naar Emmaüs of naar Barendrecht, dat is niet van belang. Mensen gaan overal heen. Maar dat Jezus in Woord en Geest bij u en jou komt en Zelf met ons praat, onze nood kent, ons troost en ons geloof geeft en de ogen opent voor de echte dingen, die in ons leven van belang zijn, daar gaat het om. Dat moet je overkomen, daar moet je om bidden, en dat kan Hij alleen maar Zelf doen in uw leven.

Het tweede punt is dat we open moeten staan voor Het Woord van God, de Bijbel, om ons geloof te verdiepen, ons door Hemzelf te laten overtuigen, zeker waar het Goede Vrijdag en Pasen betreft. Dan gaat het om het hart van de Schrift en het hart van het geloof.

Als derde wil ik u graag wijzen op de uitnodiging van die twee mannen aan Jezus: ‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald. De mannen waren thuis gekomen. Jezus moest nog verder. Maar de mannen konden niet van Hem scheiden, zo zeer waren zij met Hem vertrouwd geraakt. ‘Was ons hart niet brandende in ons?’ Zij nodigen Hem beleefd, maar dringend uit. Zij zeggen: ‘Het is al donker, blijf toch alstublieft bij ons.’

En de Heere blijft. Als Gast neemt Hij de eervolle taak op Zich om de maaltijd te openen, het brood te breken en de zegen uit te spreken.

En dan opent God hun de ogen en is Hij opeens verdwenen. Hadden zij Hem niet uitgenodigd, dan was de ontmoeting met de levende Heere aan hen voorbijgegaan en zaten zij nu nog in diepe rouw. Daarom de vraag aan een ieder van ons: nodigen wij Jezus uit op onze levensweg om bij ons binnen te komen en geven wij Hem plaats aan onze tafel?

Tenslotte: nadat zij de Heere Jezus herkend hadden, konden zij niet langer thuis blijven, zij moesten weer op weg gaan, die hele lange weg terug. Zij zouden het de anderen vertellen. Hun leven was compleet veranderd. Verdriet was voorgoed veranderd in vreugde en hun ongeloof in geloof.

Amen.

J.van Wijngaarden