Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

Wat maakt Gods liefde uniek?

Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. (Efeze 5 vers 1 en 2)

Over de liefde van God is veel gezegd – vooral op de preekstoel – en geschreven. Toch is ze nog zo onbegrepen. In de Eerste brief van Johannes lezen we veel over Gods liefde. Johannes zegt dat wij daarvan iets verstaan hebben als wij die ook toepassen in onze omgang met elkaar als broeders (1 Joh. 3:11-17). Als we daarop afgaan, durven we geen grote woorden meer te zeggen over ons verstaan van Gods liefde. Broeders in één gemeente gaan soms vijandig met elkaar om. Nog vaker leven ze onverschillig langs elkaar heen. Woont onder hen de liefde van God? En dan kijken we nog niet eens naar de omgang van de gelovigen met de niet gelovigen. Zien de ongelovigen aan de levenswandel en persoonlijke uitstraling van de christenen iets van de Gods liefde?
Gelukkig gebeuren er wonderen van liefde en nabijheid tussen broeders en zusters in het geloof. Gelukkig gaat er soms een liefdevol getuigenis van de gelovigen uit richting andersdenkenden. Ik noem het wel wonderen, want doorgaans…
Is de liefde van God dan zo bijzonder? Lukt het dan gewoon niet om de conse¬quenties te trekken uit Zijn grote Liefde voor onze kleine liefde? Staat onze manier van omgaan met anderen dan zover bij de liefde van God vandaan? Ja ik denk van wel. Gods liefde is werkelijk uniek. Onze natuurlijke vorm van liefhebben staat daar haaks op.

Hoe uniek is Gods liefde?

1. We denken aan de Vader. Gods liefde is scheppende liefde. God is de Enige Die alleen had kunnen blijven, omdat Hij God is. God is De Enige Die niet alleen wilde blijven omdat Hij God is. Gods liefde maakte leven mogelijk. God schiep Zelf het voorwerp van Zijn liefde: de mens. Hij vond geen voorwerp van Zijn liefde, maar maakte het. Eerst was er Zijn onvoorwaardelijke liefde. Toen pas waren er Gods geliefden: Adam en Eva. God wilde Zijn liefde delen met kleine mensenkinderen. Van meet af aan is Gods liefde gekenmerkt door het schenken van vrijheid. Ware liefde dwingt niemand. God was eeuwig bereid om de prijs te betalen voor dit risicovolle experiment van Zijn liefde (zie Ef. 1).

Hoe is onze liefde? Ik zeg het zwart-wit. Onze liefde is geen scheppende liefde. Onze liefde is reageren¬de liefde, voorwaardelijke liefde dus. Onze liefde stijgt meestal niet uit boven het niveau van verliefd¬heid. Ik ben verliefd op iemand die aantrekkelijk is. Ik wil gelukkig worden, ik wil niet gelukkig maken. Gods liefde komt uit Zichzelf voort en die maakt gelukkig. Onze liefde wordt door de verschijning van de ander opgeroepen en is uit op eigen geluk. Deze vorm van liefde kan de ander dan ook niet echt vrijlaten. Deze liefde is jaloers (1 Cor.13:4) omdat zij de ander wil binden.
Als de verschijning van de ander niet aantrekkelijk is, ontbreekt bij ons de prikkel tot liefhebben. Hoogstens is er iets als medelijden. Als we een zwerver op straat tegenko¬men, kunnen wij die niet liefhebben. Misschien willen we hem als (vrijwillige) hulpver¬lener begelei¬den. En als ons dat niet past, willen we nog wel enig geld overmaken voor de hulpverle¬ning. Zo gebrekkig is onze liefde. Zelfs ouderliefde overstijgt dat niet. Die lijkt nog het meest op scheppende liefde. ’t Is ogenschijnlijk best gesteld met de liefde van de meeste ouders voor hun kinderen. Daarvan zeg ik geen kwaad woord. In de kern is ze toch in veel gevallen niet anders dan verliefdheid. Kinderen zijn doorgaans een belangrijk onderdeel van het geluk van de ouders. Dat blijkt wel als zij eigen wegen willen bewande¬len. Dan vergeten sommige ouders dat ware liefde vrijlaat.

2. We denken aan de Heere Jezus. Gods liefde is gevende liefde. 1 Joh. 3:16 zegt: “Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven.” Ef. 5: 2: “Wandelt in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.”
Christus’ liefde is gevende liefde. U leest in het hele Nieuwe Testament dat Christus niet Zichzelf zoekt maar alleen maar uit is op heil en redding van zondaren. Al kost dat Zijn leven (Joh. 13:1)! Ware liefde is kruisliefde.

Als we hiertegenover onze schamele vormen van liefhebben plaatsen, worden we stil. In onze liefde zit altijd een element van nemen. Dat is menselijk en daarom begrijpe¬lijk. Liefhebben en zelf genieten, mogen dicht tegen elkaar liggen, maar ze mogen niet samenvallen. Bij sommigen is liefhebben alleen maar nemen. Pubers kunnen dat aardig demonstreren. Ook de moderne kijk op het huwelijk wordt erdoor gekleurd. “Ik houd van jou zolang ik er zelf gelukkig of beter van word.” Daarom is liefde in onze samenle¬ving steeds vaker een kortdurende emotie. Liefde en trouw groeien uit elkaar. Juist in de trouw kan het element van het offer, van zelfverloochening zitten. Dat wordt van ons gevraagd. Wandel in de liefde omdat en zoals Christus liefheeft.

3. We denken aan de Heilige Geest. Gods liefde is hartverwarmende liefde. God schept het voorwerp van Zijn liefde. God redt het voorwerp van Zijn liefde. God vernieuwt het voorwerp van Zijn liefde. Gods liefde is werkelijk alomvattend. Gods liefde daalt af naar de aarde in de harten van mensen en doet daar haar bekerende werk. Als Paulus spreekt over de Heilige Geest, noemt hij in één adem: niet toornen of bitter zijn, wel vriendelijk zijn, barmhartig zijn, vergevingsgezind zijn (Ef. 4:30-32). De vrucht van de Geest in Gal. 5:22 begint met liefde en wordt direct gevolgd door zaken die daarmee samenhangen: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Kwaad overwin je door het goede (Rom. 12:21). Dat is: door lief te hebben. Kwaad verhardt mensen. Liefde verandert mensen. Gods liefde verandert ons, als de Geest in onze harten werkt. Onze liefde is daarmee vergeleken machteloos. Wij kunnen praten, wij kunnen daden van liefde plegen, maar het hart van een ander bereiken, dat doen we niet. Dat kunnen we niet. Tot onze spijt bemerken we dat in relaties die langzaam maar zeker verkillen.

Gods liefde kan mensen wel vernieuwen.
Gods liefde is uniek in haar totale gerichtheid op het behoud van de ander, van zondige mensen. Onze liefde is ik-gericht, is uit op ontvangen, kan mensen niet veranderen. Moeten we nu moedeloos worden? Zeker niet! Wat ik hier zeg is slechts bedoeld als een spiegel. Laten wij groot denken van God en klein van onszelf. Zijn wij dan alleen maar klein in liefhebben? Nee, want als God in ons werkt, is onze liefde groot. Dan is het niet meer onze liefde, maar Zijn liefde die in ons werkt. 1 Joh. 3:24 zegt: “En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.”
Gods liefde in Christus, Gods gave van de Geest aan ons en onze wandel in liefde horen bij elkaar. God heeft ons helemaal niet nodig voor Zijn Koninkrijkswerk. Toch wil Hij ons nodig hebben. Zijn liefde mag door ons heen stralen om mensen te redden.

Paulus zegt het in Ef. 5:1 zo: “Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen.” Daarna komt de oproep om in de liefde te wandelen. Gelukkig spreekt hij in deze volgorde. God navolgen, in liefde wandelen wordt gekoppeld aan “als geliefde kinderen”. Eerst mogen wij genieten van de zonneschijn van Gods liefde. Eerst mogen we blij zijn met Zijn liefde die ons tot Zijn kinderen maakt. Dan mogen we, moeten we en kunnen we aan de slag gaan. God heeft het Zelf mogelijk gemaakt dat wij wandelen in Zijn liefde (Ef. 2:10).
Wat zou het mooi zijn, gemeente, als onze broeders, ouders, kinderen, buren, collega’s en wie ons pad maar mogen kruisen, daarvan de vrucht zouden plukken!

J. van Wijngaarden