Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

“De zegen van de Heere”

Naar aanleiding van Numeri 6 vers 24 – 26

“De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!”

Numeri, het vierde boek van Mozes. Het Bijbelboek waarin God Mozes uitleg en opdrachten geeft over, hoe hij het volk Israël moet besturen. Het boek Numeri gaat dus over de omgang van God met het volk Israël.We zien in dit boek een komen en gaan, de oudere generatie die uit Egypte is bevrijd sterft. Ze geloofden niet dat God hen in het land Kanaän zou brengen. Ze zagen op de omstandigheden, een sterke muur en reuzen. De Israëlieten vertrouwden niet op een machtig God, Die hen met een sterke arm uit Egypte had uitgeleid. Natuurlijk God had hen beproefd in de woestijn, het was geen gemakkelijke weg, het komt wel op geloof aan, wie niet gelooft, zal in de woestijn omkomen.De nieuwe generatie komt en zal naar de belofte van God het beloofde land binnentrekken. Het oude is voorbij en het nieuwe komt.

Oud en nieuw, we hebben mensen die ons lief waren in het oude jaar achtergelaten. Dat doet verdriet en pijn in ons hart. Herinneringen blijven over, foto’s aan de muur en op de kast.Wij moeten echter verder op weg naar de eeuwigheid naar het Hemels Kanaän. Reist u reeds onder de zegenende handen van de Heere? Dan is uw enige troost, Christus, Die in al uw zielsverdriet, uw tranen wil drogen.

Oud en nieuw, leeft u nog in ongeloof, ziet u op de omstandigheden die het leven moeilijk maken. Zijn er voor u vele onmogelijkheden? Of gaat het in uw leven zo voorspoedig dat u denkt zelf de koers van uw leven te kunnen bepalen? Of mag u reeds door genade van genade leven en door geloof een nieuwe schepping zijn. Staat Christus reeds aan het roer van  uw levensschip? Jozua en Kaleb wisten het zeker. Wat God beloofd heeft zal Hij ook zeker doen. En daarom sprak Kaleb ook vrijmoedig en zei:“Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren. (Num. 13 vers 30) Ik hoop van harte dat u zo het nieuwe jaar ingegaan bent. We mogen het in alles van de Heere verwachten! Hij gaat voorop en wij mogen in geloof volgen, persoonlijk en samen als gemeente.

Wat is er voor nodig om vrijmoedig het pas begonnen jaar in te trekken?Ik gebruik twee beelden: Het beeld van de Jordaan, een volle rivier. Wie kan daar zomaar doorheen komen en naar de overkant gaan. En als tweede de zegen van de Heere.

In Numeri geeft God de instructie waar welke stam van het volk Israël zich zal vestigen, als ze eenmaal in Kanaän zullen aankomen.God spreekt tot Mozes in de toekomende tijd “Spreekt tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: “Wanneer u de Jordaan oversteekt naar het land Kanaän” (Num. 33: 51, lees ook 34:2).Het is de Heere Zelf Die de erfenis verdeeld onder Jakobs zaad. Het zal gebeuren, u zult erfelijk bezitten. Het is vast en zeker, u gaat het beloofde land beërven.Wat is uw eeuwige erfenis? Kanaän of Egypte. Tussen Kanaän en Egypte ligt de Jordaan. Hoe komen we door de Jordaan? Door de bediening van de verzoening, de prediking van het Evangelie. In dit nieuwe jaar zal als de Heere het geeft, aan het begin van iedere nieuwe week, in het midden van de gemeente Gods woord weer klinken. Hierdoor spreekt God tot ons, over wie Hij is, wie Hij voor ons wil zijn. Tegelijkertijd gaat het in de prediking er ook over wie wij zijn voor God. God wil ons leiden door de woestijn van ons leven. Hij wil het roer van ons levensschip in handen houden. En dat ondanks onze zonden en onze eigengerechtigheid. Waar wil de Heere ons naartoe leiden? Naar het beloofde land. Het nieuwe Jeruzalem. Maar om in het beloofde land te komen moeten we wel de Jordaan oversteken.Maar wat is dan in geestelijk opzicht de Jordaan die tussen ons oude zondige leven en ons vernieuwde in Christus geborgen leven ligt?Dat is de wedergeboorte, de bekering, ondergaan en opkomen. U zegt wellicht, het volk Israël ging droogvoets door de Jordaan. Dat is waar. Toen ze ervoor stonden wisten ze niet hoe ze erdoor moesten komen. Totdat daar de priesters kwamen die de ark droegen. Toen hun voeten het water raakten  ontstond er een pad in de Jordaan. Zo wordt u, in de prediking, het pad door de Jordaan verkondigd, de Ark van het behoud, Jezus Christus, een verkondiging van eeuwig leven in en door Hem alleen. Bent u daar al van overtuigd geworden? U blijft toch niet staan voor de Jordaan van onmogelijkheden? God is niet eindeloos geduldig. De oproep klinkt: Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil- en troostrijk woord, verhardt u niet, maar laat u leiden.

Zegen tot slot.Ik zeg tot slot, maar in Numeri ging de zegen voorop, nog voordat Mozes de voorschriften over de tabernakeldienst ontvangt mag Mozes uit de mond van God horen, over de zegen die Aäron en zijn zonen het volk moeten opleggen. Zegenen, is Gods Naam op het volk leggen. Drie keer een zegen. Drie in één. Drie keer de Heere.U ontvangt in de eerste zegen, Gods zegen en God wil u behoeden, God heeft uw behoud op het oog.In de tweede zegen laat God weten dat Hij erbij is, Zijn licht over ons is, daarin is Hij ons genadig. In het wegschenken van Zijn Zoon, onverdiend van onze kant en toch God wil ons nabij zijn.In de derde zegen laat God weten dat Hij ons ook ziet, Zijn oog is op ons, Hij wil onze ingang en uitgang bewaren. Uw goede Geest bestier’ mijn schreden en leid’ mij in een effen land.Hebt u aan deze zegen genoeg, om dit pas begonnen jaar verder te gaan? We reizen verder de toekomst in. Wie weet hoe ver, hoe lang?  We mogen de reis vervolgen in vertrouwen op de Heere en onder Zijn zegen! God wil u zegenen. Zondag aan zondag. Kom dan onder de zegenende bediening van het Woord van God, en u zult deze drievoudige zegen ontvangen. Voor tijd en eeuwigheid.

Die hoop moet al ons leed verzachten.

Komt, reisgenoten, ’t hoofd omhoog!

Voor hen, die ’t heil des Heeren wachten,

zijn bergen vlak en zeeën droog.

O zaligheid niet af te meten,

o vreugd’, die alle smart verbant!

Daar is de vreemd’lingschap vergeten,

en wij, wij zijn in ’t Vaderland!     

 

J. van Wijngaarden