Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

Uw Heilzon is aan ’t dagen

Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn. (Maleachi 4 vers 2a)

U hebt het vast wel eens mee gemaakt. U was vroeg uit de veren, het was nog donker. Aankleden, ontbijten, spullen pakken en dan de deur uit. U denkt misschien nu wel aan de tijd dat u nog werkte, of aan de dagen dat u vroeg opstaat om naar uw werk te gaan, of aan een mooie vakantiedag. De lucht is nog donker, maar het is wel helder. U ziet de sterren nog net twinkelen, maar hun schijnsel wordt al zwakker. En als we naar het oosten kijken dan zien we dat de lucht daar al lichter wordt. We staan nog in het donker, maar we weten, straks zal het licht worden. De eerste tekenen zijn er al. En spoedig kleurt de hemel rood. Het licht trekt steeds verder langs de hemel. De duisternis van de nacht moet plaats maken voor het licht van de dag. Het is een schitterend schouwspel. Een majestueus schouwspel. We blijven kijken, vol verwachting, want we weten nog even en de zon zal boven de horizon komen. Nog even en dan zullen de eerste zonnestralen weer over de aarde vallen. Ondertussen wordt het steeds lichter. En dan ineens is ze daar. Eerst een klein stukje, maar al snel groter en steeds feller straalt het zonlicht ons toe. En al snel moeten we onze ogen afwenden. Het zonlicht wordt te fel om in te kijken. We sluiten onze ogen en voelen tegelijk de warme zonnestralen op onze huid. Heerlijk.

Gemeente, aan dit beeld moest ik denken bij de voorbereiding van deze meditatie. Uw Heilzon is aan ’t dagen, zo staat er boven deze meditatie. Het zijn woorden gekozen naar aanleiding van de tekst uit Maleachi 4 vers 2. Daar staat: Maar voor u die Mijn Naam vreest zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn.

Maleachi, de laatste profeet van het Oude Testament. Maleachi was naar alle waarschijnlijkheid een tijdgenoot van Ezra en Nehemia. Het volk Israël was teruggekeerd uit ballingschap. De tempel was herbouwd. De muren van de stad Jeruzalem waren hersteld. In de tempel werden de offers weer gebracht.  De Joden waren godsdienstig.

Ze dienden de Heere, de God van Israël. Ja, dat wel, er werden geen afgoden meer gediend zoals het volk voor de ballingschap in Babel deed. Maar voor velen van de Israëlieten was het dienen van de God van Israël alleen maar een vrome vorm van godsdienst geworden. Het was iets wat bij hun Jood-zijn hoorde. Eigenlijk was het een dood gebruik geworden. Er was grote geestelijke armoede onder het volk.

De Joden hadden het in die tijd ook niet gemakkelijk. Ze waren geen vrij volk meer. Ze moesten luisteren naar de Koning van Perzië. Ongetwijfeld hebben ze gedacht aan wat de profeten Haggaï en Zacharia geprofeteerd hadden. De Heere zou zegen geven nadat ze de tempel weer opgebouwd hadden. De Heere zou weer onder hen wonen. Hen beschermen. Voorspoed geven. Wat kwam daar nu van terecht? De Joden in de tijd van Maleachi hadden het zwaar. Ze hadden te maken met economische achteruitgang, er was grote droogte, de oogst mislukte keer op keer. Als volk telde ze op het wereld toneel niet mee. Israël was een klein onbeduidend volk geworden. Niet van betekenis. Hoe anders was dat in de tijd van David en Salomo. Toen was het volk machtig en sterk, maar nu?

Maar het ergste van alles is wel dat het volk de beloften van God vergat. De beloften dat God eens de Messias, de Verlosser zou zenden. Wie dacht daar nog aan? Nee, de tijd dat Maleachi profeteerde was donker. We zouden kunnen zeggen zo donker als de nacht. Geen lichte streep aan de horizon. Het was donker. En de mensen, velen van hen verwachtten dat het voor altijd donker zou blijven.

Maar dan is daar opeens die profeet van God. Gods woorden klinken weer. Hebben ze er oor voor gehad? Hebben ze geluisterd? Hebben ze de lichte streep aan de horizon opgemerkt? Maleachi die in opdracht van God het volk moet bestraffen omdat ze Hem niet dienen zoals Hij dat van hen vraagt in Zijn geboden. Ze offeren zieke dieren en dieren met gebreken. Ze bedriegen elkaar. De mensen zijn uit op hun eigen winst. Over de rug van hun arme medemensen proberen ze rijk te worden. Ieder gaat voor zichzelf. En bij dat alles doet men zich ook nog wel godsdienstig voor. Maar het is niet echt. De Heere, Hij gruwt er van. En dit laat Hij door Zijn dienstknecht Maleachi ook duidelijk weten.

Gemeente, is de tijd waarin wij leven niet vergelijkbaar met die van Maleachi? In de tijd van Maleachi was het donker, pikdonker. En het erge was dat veel mensen dat nog niet eens door hadden. Maar is de tijd waarin wij leven ook niet donker? Het individualisme viert hoogtij. Het is tegenwoordig toch ook ieder voor zich? Kerken worden gesloten. De geloofsbeleving wordt oppervlakkiger. Steeds meer mensen haken af. Wie is God? Bestaat God wel? Dat horen we toch volop om ons heen zeggen. De meeste mensen in Nederland rekenen niet meer met God. Ze gaan hun eigen gang. Leven hun eigen leven. Doen vooral  wat ze zelf willen. Doen waar ze zelf zin in hebben.

En wij, mensen van de kerk. Hoe is het bij ons? Ja wij gaan nog naar de kerk. We zetten ons in als vrijwilliger. We staan klaar om te helpen bij het jeugdwerk. Zijn lid van een Bijbelkring. We nemen deel aan het Heilig Avondmaal. We geven bij de collecten en betalen onze vrijwillige bijdrage. Maar toch, en ik stel die vraag toch maar, herkennen wij, u en ik ook in ons leven niet iets van dat donkere? Dat donkere van de wereld waarin wij leven. Het wereldse wat ons ook beïnvloedt. Is uw godsdienst echt? Kent u de Heere persoonlijk? Heeft u echt een relatie met de Heere Jezus? Is Hij ook uw Verlosser en Redder? Als dat zo is dan bent u rijk gezegend! Heerlijk is dat! Maar als u eerlijk moet toegeven dat daar nog wel iets over te zeggen valt. Dan moeten we toch ook heel eerlijk zeggen tegen elkaar dat we in ieder geval nog niet volledig in het licht leven. Dan leeft u mogelijk zelfs nog in het donker. En het kan zelfs zo zijn dat terwijl we in het donker leven we menen in het licht te staan.

Maar gemeente, broeders en zusters, wat moeten we doen als we in het donker staan? Kunnen we iets doen? Jazeker! Laten we onze blik naar het oosten wenden. En wat zien we dan? Zelf staan we nog in het donker, maar daar in het oosten zie ik het al lichter worden. De lucht kleurt rood. En ik weet straks komt de zon boven de horizon. Straks zie ik de zon en voel ik de zon. En nu ik nog in het donker staat kijk in daar verlangend naar uit. Ik ben er zeker van dat de zon zal komen. En zoals ik mij koester in het heerlijke warme zonlicht zo mogen u en ik ons ook koesteren in de liefde en warmte van de Heere Jezus. Hij is de Zon der gerechtigheid. Over hem spreekt de profeet Maleachi.

Die Zon der gerechtigheid is opgegaan. Jezus is op aarde gekomen, geboren in de stal in Bethlehem, om ons mensen te redden. Om ons uit het donker te halen en ons in Zijn licht te brengen. De warme zonnestralen van Zijn Woord roepen ons ertoe op om ons naar Hem toe te keren. Ons leven aan Hem te geven.

Gaat u mee naar buiten om u te koesteren in het licht van deze Heilzon? Of blijft u binnen zitten bij uw eigen gemaakte kunstlicht?

J. van Wijngaarden