Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

Waarom hebt u getwijfeld

Jezus stak meteen Zijn hand uit, greep hem vast en zei tegen hem: Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld?” (Mattheus 14 vers 31)

In gedachten zien we de discipelen in het schip op het meer van Galilea. Enkele uren eerder heeft de Heere Jezus een grote menigte mensen gevoed met vijf broden en twee vissen. Daarna had Hij het volk van zich weg laten gaan. En Zijn discipelen had Hij gedwongen in het schip te gaan en al vast naar de overkant te varen. De discipelen waren in een storm terecht gekomen. En midden in de storm toen ze dachten dat hun laatste uur geslagen had was Jezus naar hen toegekomen, lopend op het water. En de discipelen, ze hadden het uitgeschreeuwd van bangheid. Jezus stem bracht rust, toen Hij zij: “Heb goede moed, Ik ben het, wees niet bevreesd. Petrus, impulsief als hij was, had direct gevraagd, “Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar u toe te komen.” En Jezus had geantwoord: “kom”. In gedachten zien we Petrus direct over bood klimmen. Hij geloofd wat zijn Meester zegt. Hij denkt er niet over na dat het heel gewoon zou zijn als hij direct in het grauwe wilde water weg zou zinken. Nee, Petrus vertrouwt de Heere Jezus op dat moment op Zijn woord. En in vertrouwen op zijn Meester springt hij overboord en loopt hij met de ogen gericht over het water naar de Heere Jezus toe.

Als we hier over nadenken kan ons zo maar in gedachten komen, zo die Petrus, die man die heeft een groot geloof. Zou u en jij overboord stappen als de Heere Jezus je roept om over het water naar Hem toe te komen? Zou u dat durven?

Toch moeten we maar niet te veel tegen Petrus op kijken. Want kijk eens, we zien Petrus daar lopen over het water, de andere discipelen hebben het vast vol verbazing aangezien. Petrus loopt daar recht op zijn Meester af. Zijn ogen heeft hij gericht op zijn Meester. Dwars over de golven, dwars door de stormwind, recht op Jezus af. Maar dan, dan gaat het ineens fout. In vers 30 lezen we: “Maar toen hij, dat is Petrus, op de sterke wind lette, werd hij bevreesd….

Wat gebeurt er? Terwijl Petrus vol geloofsvertrouwen over het water naar de Heere Jezus toe loopt krijgt hij ineens oog voor de omstandigheden waarin hij dat doet. Zijn ogen die hij al die tijd op Jezus heeft gehouden dwalen van Jezus weg en zien op de omstandigheden waarin hij zich op dat moment bevindt. De ogen van Petrus, zijn blik op de Heere Jezus, het intense contact wat hij op dat moment had met zijn Meester, dat contact werd verbroken. Dat contact met zijn Meester had er tot nu toe voor gezorgd dat hij over het water naar Jezus toe kon lopen. Door het contact met zijn Meester ontving hij kracht van zijn Meester om over het water te lopen.

Gemeente, dat heeft ons ook veel te zeggen. Houden wij het oog op de opgestane Heiland gericht? Wij lopen dan wel niet op het water, maar ons leven is toch vaak ook net een storm. Hebben we alleen oog voor de situatie waarin we ons bevinden of houden we het oog wel op Jezus gericht? Lukt het u om uw ogen altijd op Jezus gericht te houden? Ik moet zelf eerlijk toegeven dat het mij niet altijd lukt. Soms zie ik op de golven en dan word ik bang en moedeloos. Waarom overkomen mij, waarom overkomen ons al deze moeilijke dingen? Nee, ik moet eerlijk toegeven, eigenlijk lijk ik best veel op Petrus. En u?

Maar weet u gemeente, als wij dan zo veel op Petrus lijken dan mogen we toch ook als Petrus doen. Want wat gebeurt er? Als Petrus op de wind en de golven let begint hij gelijk weg te zinken in het diepe donkere water. De angst zal Petrus om het hart zijn geslagen. Misschien heeft hij wel wild om zich heen geslagen. Hij heeft houvast gezocht. En uit zijn mond klinkt een kreet, “Heere redt mij!”

Petrus roept in de nood, ja hij schreeuwt het uit! Hij dreigt te verdrinken. Petrus roep niet naar zijn mede discipelen die toch ook dichtbij waren. Die alles hebben zien gebeuren. Nee, als Petrus dreigt om te komen omdat hij het contact met de Heere Jezus verliest, dan is toch zijn eerste gedachten weer dat Jezus hem alleen nog kan redden. Het geloof bij Petrus lijkt even weg. Hij zinkt weg in die ruwe zee. Maar terwijl hij weg zinkt, komt het geloof in zijn Meester weer boven. Dwars door de angst die zich op dat moment van hem meester maakt, roept Petrus naar Jezus. Het geloof leek wel weg bij Petrus, maar het was niet weg. Diep in zijn hart leefde de overtuiging dat Jezus hem nog kon redden toen hij wegzonk in de golven. Geliefde broeders en zusters, zult u dit onthouden! U die de Heere dient. U die niet zonder de Heere kan leven, maar soms ook diepe wegen in het leven mee maakt en dan door alle moeite en zorg ook het zicht op Jezus kwijtraakt. In zo’n situatie kan het lijken dat ook uw geloof weg is. U lijkt weg te zinken in de diepte van de zee. Ik wil u echter aansporen om dan net te doen als Petrus. Roep met luide stem tot Jezus, Heere redt mij, Heere help mij.

En weet u, als u al uw vertrouwen op Jezus richt, dan zult u mogen ervaren dat Jezus er altijd op tijd bij is. Hij strekt zijn hand naar u uit, net zoals Hij dat bij Petrus deed. We lezen in vers 31: “Jezus stak meteen Zijn hand uit, en greep hem, Petrus, vast. Petrus pakt de hand van Jezus niet vast, nee, Jezus grijpt Petrus vast. En zo zal het ook bij u en jou zijn. Als we roepen tot de Heere mogen we ervan verzekerd zij dat Hij ons zeker op tijd vast zal grijpen!

Samen komen ze weer in het schip. Jezus en Petrus. We horen Jezus Petrus de vraag stellen: “waarom hebt u getwijfeld? We lezen niet dat Petrus antwoord geeft op deze vraag. Petrus zal wel veel gehad hebben om over na te denken. Zijn eigen twijfelachtigheid, zijn bangheid, zijn ongeloof, zijn zwakheid. Herkent u het? Eén ding staat voor Petrus wel vast. Zijn Meester is te vertrouwen! Zijn Meester is zijn Redder! Is die opgestane Heiland ook uw Redder?

J. van Wijngaarden