Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

“In gesprek met Jezus”

En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus Zelf bij hen kwam en met hen meeliep.  (Lucas 24 vers 15)

Het verhaal van de Emmaüsgangers is een verhaal dat ons aanspreekt. We vinden het een mooi verhaal. Het is ook een verhaal waarin wij onszelf zo vaak herkennen.

Die herkenning heeft te maken met de weg die deze twee mensen aflegden: de weg van Jeruzalem naar Emmaüs en weer terug. De weg die wij in geloof afleggen kan veel op deze weg lijken.

Het begint ermee dat Kleopas en zijn metgezel weggaan uit Jeruzalem. Ze gaan waarschijnlijk weg omdat ze zich niet meer thuis voelen in de gemeenschap van de discipelen. Ze waren nog niet eerder vertrokken naar huis. Ze waren gebleven nadat Jezus was gearresteerd en gedood aan het kruis. Ze hadden de dagen na het lijden en sterven van Jezus doorgebracht in de kring van de discipelen. Samen hadden ze getreurd om het verlies van hun Meester.

Zo gebeurt dat vaak. In de tijd na het overlijden kan er een hechte band ontstaan. Een tijd waarin je als broers en zussen dit verdriet met elkaar deelt en samen draagt. Door het overlijden van een vader of moeder kan er een hechte band ontstaan, zeker ook door de herinneringen die worden gedeeld. Als het overlijden onverwacht komt, probeer je bij elkaar steun te vinden en met elkaar te achterhalen wat er is gebeurd.

Kleopas en zijn metgezel zijn daar bij geweest. Het is niet het verdriet om de dood van Jezus waarom ze terug gaan naar huis. Ze gaan weg om iets anders. Ze gaan weg om de enthousiaste verhalen waarmee de vrouwen deze morgen zijn thuisgekomen. De vrouwen die deze morgen in alle vroegte naar het graf waren vertrokken om het lichaam van Jezus nog eenmaal te verzorgen. Ze waren echter even later vol blijdschap terug gekomen en ze vertelden dat Jezus niet meer dood was, maar dat Hij was opgestaan uit de dood. Dat bericht konden zij niet verdragen. Hoe kon dat nu? Jezus was toch gestorven aan het kruis? Gestorven na die lange marteling?

’s Avonds vlak voor de sabbat hebben Jozef van Arimathea en Nicodemus Zijn lichaam  voorzichtig van het kruis gehaald en begraven in het graf in de hof van Jozef. Jezus opgestaan uit de dood? Nee, ze kunnen het niet geloven. Het is dan ook juist dit blijde nieuws dat er voor zorgt dat zij weggaan. Het is nu wel mooi geweest. Zij horen er niet meer bij. Ze kunnen het niet meer aanhoren.  Ze kunnen de vreugde van de vrouwen niet verdragen.

Terwijl Kleopas en zijn metgezel naar Emmaüs terug gaan is er in Jeruzalem vreugde. Deze twee op weg naar hun woning in Emmaüs verlaten niet een gemeenschap in rouw gedompeld, maar zij verlaten een gemeenschap die het verdriet juist heeft afgelegd. Dat heeft iets aangrijpends. Terwijl de vrouwen met de discipelen en alle andere die bij hen waren vreugde beleven, trekken deze twee het niet meer.

Vaak valt het niet op als mensen de kerk verlaten. Vaak kom je er pas na een tijd achter  als je ontdekt dat je iemand al tijden niet meer in de kerk hebt gezien. Waarom verdwijnen mensen uit de kerk? Soms om naar een andere kerk te gaan. Vaak doordat er iets in hun leven is gebeurd. Een heftige gebeurtenis, zoals het overlijden van iemand die belangrijk of dierbaar was. Of een teleurstelling, waardoor het leven anders werd. Moeilijker dan voorheen. Ontslag. Of een ziekte. Waarom moest God mij dat aandoen? Waar heb ik dat aan verdiend?

Wat mij bij de Emmaüsgangers opviel was het moment waarop zij weggingen. Kleopas en zijn metgezel gingen weg toen het geloof bij de anderen doorbrak. Want Petrus en Johannes waren ook bij het graf geweest. Ze hadden het graf leeg gevonden. De doeken lagen netjes bij elkaar en de zweetdoek doek die om Zijn hoofd geweest was opgerold op een andere plaats. Van Johannes staat geschreven dat hij het zag en geloofde. Later op die dag heeft ook Petrus de Heere Jezus ontmoet. De discipelen werden er toen toch steeds meer van overtuigd dat het waar was wat de vrouwen vertelde. Kleopas en zijn metgezel konden het echter niet geloven. Vol ongeloof, vol van twijfel en misschien ook wel met wat boosheid en teleurstelling zijn ze weg gegaan.

Wat is het erg als er geen ruimte is voor het stellen van vragen bij wat God in je leven doet, als er niet geluisterd wordt naar de moeite die geloven kan kosten. Juist dan kunnen mensen afhaken. Vaak heel stil en geruisloos. Soms ook bedoeld als een stil protest of een stille schreeuw om hulp. Als ze merken dat ik niet meer kom, zullen ze wel op mij afkomen om te vragen wat er aan de hand is. En als er dan niemand komt en niemand naar hen vraagt, kunnen mensen er verbitterd om raken. Dan kan zomaar de gedachten opkomen: de kerk wil niet meer naar mij omzien en misschien God ook niet.

Dat we in de Immanuëlkerk nog steeds een kerk vol mensen hebben is geen vanzelfsprekendheid. Ongetwijfeld zijn er ook in onze gemeente mensen met twijfels in hun hart. Mensen die het maar moeilijk kunnen geloven dat de Heere Jezus ook voor hun zonden wilde lijden en sterven. Ik moet hierbij denken aan een lied van Sela:

 

Als geloven soms moeilijk is,

waar U lijkt te zwijgen.

Waar mijn hart zo ontmoedigd is,

ik U niet kan bereiken.

Wie bent U Heer,

als U zich niet openbaart:

als mijn oog U niet ziet,

mijn hart U niet ervaart?

 

Zou het verhaal van de Emmaüsgangers daarom zo geliefd zijn, omdat Jezus met hen meeloopt, naar hun vragen en moeiten luistert en hen juist uitdaagt om te vertellen wat hen bezig houdt? Dat ze hun hart uitstorten bij Jezus, zonder dat zij weten dat Hij het is?
Verlangen wij er ook naar dat de Heere Jezus naast ons loopt? Dat Hij naar ons luistert, naar wat we te vertellen hebben. Dat Hij oog heeft voor wat ons dwarszit? Kent u het verlangen om met Jezus in gesprek te zijn? Alles aan Hem te kunnen vertellen, waarom u misschien soms wel weg zou willen blijven uit de kerk? Kent u het verlangen om met de Heere Jezus in gesprek zijn over uw of jou eigen leven en over de weg die Hij met u en jou gaat?
Wanneer dat gesprek er niet van komt en je je hart niet kunt uitstorten kan de Heere Jezus een vreemde voor je zijn.

Christus is dan voor ons een vreemde: Hij is er wel, maar we zien Hem of ontmoeten Hem niet. Terwijl dat wel ons verlangen is. Het kan echter ook zo zijn dat u of jij het gevoel hebt een vreemde voor Hem te zijn. Hij is er niet in uw of jou leven en dat geeft ons teleurstelling en gemis.
Je zou het dan tegen de Heere willen zeggen: ziet u niet wat er in mijn leven gebeurt? Zijn Uw ogen gesloten? Heeft U er geen weet van? Het christelijk geloof is een persoonlijke relatie met God. Maar hoe vaak lijkt deze relatie geen eenrichtingsverkeer? Als wij in gebed gaan, richten wij ons tot God en in Zijn Woord en in de verkondiging richt Hij Zich tot ons. Je kunt voor je gevoel langs elkaar heen praten.
Kan deze spanning verdwijnen? Kan de spanning opgelost worden zodat wij de Heere Jezus wel kunnen ervaren? Soms kunnen er van die momenten zijn, waarop je met een ander in gesprek bent en je ervaart dat je niet met z’n tweeën bent, maar dat je verhaal ook door de Heere Jezus wordt gehoord.

Kleopas en zijn metgezel zijn met elkaar in een heftig gesprek, ze zijn in een diepe discussie verwikkeld. Wij herkennen dat wel: als er iets opzienbarends is gebeurd waar we vol van zijn, kunnen we er met elkaar over doorspreken om te achterhalen wat er is voorgevallen. Tijdens dat gesprek komt Jezus meelopen. Hij mengt zich in het gesprek. Hij luistert en daagt hen uit om te vertellen. Hij laat zien dat de weg van God een andere is dan deze twee hadden gedacht. Maar ze zien niet dat Hij het is.

Als wij vol zitten met onze vragen en die onderling met elkaar bespreken, kan de Heere Jezus er bij zijn zonder dat wij er erg in hebben. Hij gaat niet op de vlucht voor onze vragen. Wij zouden Hem wel willen zien en horen. Wij zouden ook wel net als de Emmaüsgangers die uitleg van de Heere Jezus willen horen, waardoor ons hart ook gaat branden.

Waarom kunnen zij Hem eigenlijk niet zien? Waarom worden hun ogen gesloten gehouden? Ik denk dat het gaat om het horen van de woorden van de Heere Jezus. Dat zijn niet zomaar woorden. Jezus is hier geen gids die deze twee mensen meeneemt langs de woorden van het Oude Testament. Hij is het Woord Zelf dat ons aanspreekt en ons oproept om te geloven. Hij spreekt ons aan. Hij kan Zich verborgen houden, ja dat kan, maar Hij doet dat dan opdat wij Hem gaan zoeken waar Hij voor ons te vinden is. En dat is in Zijn woord. Hij, de Levende spreekt ons aan: Ik ken je hart en je levensweg. Ik ben er bij, ook als je het niet ervaart. Ik ga mee, ook op de weg van vragen. Ja juist dan ben Ik er om je bij Mij te brengen.

J. van Wijngaarden