Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

In de gemeente vinden vele activiteiten plaats. Om deze activiteiten mogelijk te maken, zijn veel vrijwilligers nodig. Dat geldt voor het koel houden van de kerk (of juist het verwarmen daarvan), het bespelen van het orgel tijdens de dienst, de inzet van kosters, naast het schoonhouden van de kerk. Daarnaast zijn er allerlei activiteiten (pastoraat, catechese, zending, evangelisatie) die financieel mogelijk moeten worden gemaakt. Daar is de uitgifte van collectemunten ook weer dienstbaar aan.
Al deze zaken vallen onder de kerkvoogdij of zoals we onder de nieuwe kerkorde heten: de ouderling-kerkrentmeesters. Vandaar ook de benaming het college van kerkrentmeesters.

Aan het college van kerkrentmeesters is de zorg toevertrouwd voor alle financiële aangelegenheden van de gemeente, voor zover niet van diaconale aard. Dit is een overkoepelende taak.
Meer uitgesplitst en concreet kan hierbij aan het volgende worden gedacht. Eens in het jaar vindt de actie vrijwillige bijdrage plaats, waarbij geld wordt ingezameld voor de plaatselijke gemeente (en de bovenplaatselijke organen). Door deze actie wordt geld ingezameld, om allerlei activiteiten (zoals hiervoor genoemd) financieel mede mogelijk te maken. Hiermee samenhangend wordt door de kerkrentmeesters de jaarlijkse begroting en jaarrekening voorbereid en via de kerkenraad vastgesteld. Dat geldt ook voor het collecterooster, in nauwe samenwerking met het college van diakenen.

Daarnaast zijn de kerkrentmeesters verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Dat geldt zowel voor de betaalde krachten (de pastoraal medewerker en de koster) als voor de diverse vrijwilligers die zich regelmatig inzetten voor onze gemeente. Denk hierbij aan de kosters, de organisten, de schoonmakers.

Daarnaast valt de ledenadministratie onder de verantwoordelijkheid van het college van kerkrent- meesters. In deze administratie wordt onder meer bijgehouden wie dooplid en belijdend lid is.