Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. (1 Kor. 12:27)

Beste jongens en meisjes,

Er is veel verdriet bij de familie, de vrienden en vriendinnen van de Heere Jezus, nu Hij zo vlak voor het Pascha is gestorven aan een kruis op Golgotha. Ze begrijpen die vreselijke gebeurtenissen niet; hun wereld is ingestort. Toen met de intocht in Jeruzalem riep iedereen nog “Hosannah” en nu dit. Tijdens de sabbat konden ze niets doen, maar de dag erna gaan de vrouwen snel naar het graf. Ze willen Zijn lichaam alsnog verzorgen, want daar was zo vlak voor de sabbat geen tijd meer voor geweest.  Bij het graf aangekomen beseffen ze dat er een grote steen voor de ingang ligt! Maar dan: een grote aardbeving en een engel die de steen voor hen wegrolt. Ze worden heel erg bang maar de engel zegt: “wees niet bang; ik weet dat je Jezus zoekt, die gekruisigd is. Hij is hier niet, maar is opgewekt”.

De vrouwen geloven het meteen. Wat zijn ze blij! Hun Heere toch opgestaan! Snel gaan ze op zoek om het de discipelen te vertellen, want die moeten ook naar Galilea gaan. Maar zullen ze hen wel geloven? Ze vinden het vast kletspraat! Maar dan staat Jezus opeens voor hen. Hij weet wat ze nodig hebben: Hem echt te kunnen zien en te aanbidden. “Wees gegroet en wees niet bevreesd, maar vertel Mijn broeders dat ze naar Galilea moeten gaan”. Jezus komt de vrouwen en de discipelen tegemoet in hun zwakheid en ongeloof. Hij laat zich zien en vraagt het hen zelf. Hij geeft wat ze nodig hebben: geloof in Zijn opstanding. En dat wil Hij vandaag ook nog doen voor jou en mij!

 

Simone en Anja van Mill